Revalidatie procedures

Binnen HearCom is de aandacht voor auditieve revalidatie met name gefocuseerd op specifieke aspecten van individuele aanpassingen van gehoorapparaten en cochleaire implantaten.

We hebben een lijst samengesteld met de procedures voor het aanpassen van gehoorapparaten en het evalueren van die aanpassingen in Duitsland, Nederland en Groot Britannie. In deze drie landen worden drie verschillende paden gebruikt voor het verstrekken van gehoorapparaten die alle drie een uitgebreide staat van dienst hebben. Bepaalde elementen van deze paden, samen met procedures voor het onderzoeken van de basis eigenschappen van gehoor en spraakverstaan geselecteerd uit het HearCom "auditieve profiel," zijn naar voren gebracht als een basis van goede zorg. De haalbaarheid van meer gemeenschappelijke procedures voor het aanpassen van gehoorapparaten en het evalueren van deze aanpassingen, gebaseerd op dit voorstel, zal afhangen van de bereidwilligheid van zorgverleners in de audiologie om veranderingen te maken in hun huidige dagelijkse praktijk. Er is een onderzoek per internet uitgevoerd naar de bereidwilligheid om dit te doen, waarvan de resultaten binnenkort beschikbaar zullen komen.

Moderne gehoorapparaten met compressie hebben zeer veel instellingsmogelijkheden en het kan erg veel tijd in beslag nemen om die allemaal met de hand uit te proberen. De gebruikers van gehoorapparaten zijn vaak wel bereid om veel tijd te investeren om de optimale instellingen te vinden, maar de zorgverleners in de audiologie hebben maar een beperkte hoeveelheid tijd per client. Er wordt momenteel onderzoek uitgevoerd naar het automatisch aanpassen van alle instellingen gebaseerd op scores van de gebruiker in het onderscheiden van geluiden die worden aangeboden in achtergrondruis.

Op gelijke wijze hebben cochleaire implantaten (CI's) ook veel instellingsmogelijkheden. Er zijn plannen om ook daar in de toekomst geautomatiseerde aanpassings procedures voor te ontwikkelen.

Er bestaat een toenemende interesse in gecombineerde aanpassingen met gehoorapparaten en cochleaire implantaten. Aangezien de audiometrische criteria voor het toepassen van een cochleair implantaat zijn verschoven, zodat nu ook zwaar tot ernstig slechthorenden in aanmerking kunnen komen, komen er nu steeds meer CI geimplanteerden met een rest gehoor in het niet-geimplanteerde oor. Er zijn echter grote verschillen in het gehoor gegenereerd via een cochleair implantaat en via een gehoorapparaat in het niet-geimplanteerde oor. Echter, de huidige clinische aanpak van gecombineerde CI- en gehoorapparaat aanpassingen houdt daar maar zeer beperkt rekening mee. Ons ondezoek is erop gericht om aanpassings procedures te ontwikkelen die een meer efficiente combinatie van deze twee aanpassingen mogelijk maken.